Narrenschip
Nergens land in zicht!
nergens land in zicht op dit narrenschip!
overboord springt de kapitein
met een knijper op de neus
en de schatkist onder de arm
het schip verzinkt in scheve polonaise
een wulpse Française valt in operettes flauw
nog even en het dek zal het begeven
hoe lang zullen de gekken leven
klimmend in hun kroonluchters?
daar komt de albatros al aangevlogen
zeehondensnuiten baren blinkende kanonskogels
een matroos spreekt rechtspraak met de sloophamer
daar gaan de eerste paarden al te water
likken de golven hun klotsende paardenmanen
zie de snoevende merries met hun mensenbit
schuimbekkend! stuiptrekkend!
galopperend in de stormdoop!
nu het nacht wordt
nu een zwarte zon het zeil verduistert
hapt een vis het laatste dimlicht op
nu het nacht wordt
nu de zwarte zon verduistert
trillen kinders in corona's van pupillen
nu het nacht wordt en duister
krijst de mast zich eenmaal schor:
nergens land in zicht!
nergens land in zicht op dit zinkende narrenschip!
slechts enkelen vonden de volgende morgen
armen wijd aan een wijnvlot gespijkerd
oren in het nat
dromen op de tocht
ogen als vogels op stelen
om te voelen:
de sidderende tongetjes golvenvonken
om te horen:
de sluiers in het boomkoraal
om te zien:
de zonnebloem met de vlammende veren
Copyright 2005. Uit: Robin Block - Bestialen
Uitgeverij Holland. ISBN 90 251 0983 7